|
In dit artikel is steeds gesproken over websites,
internet dus. Echter, grote organisaties beschikken vaak ook over een
intranet. Geldt dan wat in dit artikel over externe webcommunicatie is
betoogd in dezelfde mate voor deze interne variant? Wanneer er sprake is
van interne doelgroepen, lijkt het veel minder relevant om uitgebreid
doelgroeponderzoek te doen. Waarom zouden we? We kennen de behoeften en
wensen van medewerkers toch al van haver tot gort? Sterker nog,
voortvloeiend uit de primaire processen van de organisatie, ligt de
informatie-, communicatie- en transactiebehoefte van de gemiddelde
medewerker toch vrijwel vast? En de organisatie verwacht toch gewoon dat
men het intranet gebruikt? Dan is het niet meer zo nodig om krampachtig
te zorgen dat de geboden informatie onmiddellijk een informatiebehoefte
bevredigt – het staat er toch allemaal? Gewoon goed zoeken. Bang dat men
wegklikt hoeven we immers niet te zijn: waar moeten ze het anders zoeken?
Deze gedachtegang is misschien wel één van de grootste valkuilen bij het
opzetten van een intranet. Want hoe goed kennen we onze medewerkers echt?
En weten we nou echt zo goed wat ze nodig hebben, aan informatie,
faciliteiten en dergelijke? Wie toch een analyse uitvoert, zal versteld
staan van de verschillen tussen wat hij dacht te weten en de
werkelijkheid. Bovendien verschilt de manier waarop een gebruiker van
een intranet omgaat met het medium in essentie niet van de manier waarop
diezelfde gebruiker een website bezoekt. Wordt de zoekvraag niet (meteen)
beantwoord, dan zoekt hij zijn informatie elders. Informatie die gezocht
wordt op een intranet, kan echter vaak alleen dáár worden gevonden. Het
niet kunnen vinden van (relevante) informatie is dan een enorme bron van
ergernis. Het beïnvloedt de manier waarop men het intranet in de
toekomst gaat gebruiken, en kan uiteindelijk zelfs gevolgen hebben voor
de mate waarin een medewerker zich geïnformeerd voelt over het reilen en
zeilen van de organisatie, wat weer een bepalende factor kan zijn voor
hoe happy hij zich in zijn baan voelt.
Portals
Ten slotte is in intranetland een duidelijke trend waarneembaar, waarbij
de aard van het intranet verschuift van een communicatiemiddel naar een
bedrijfsmiddel. Steeds meer organisaties ontwikkelen zogenoemde portals:
het intranet als startpagina met links naar allerlei applicaties,
kennisbanken, documenten en dergelijke die mensen direct nodig hebben
voor hun werk. Redenen om zo’n portal te ontwikkelen liggen voornamelijk
in kennisdeling, kostenbesparing en efficiency. Een portal is vaak ook
gepersonaliseerd, wat wil zeggen dat een medewerker alleen díe
informatie ziet die voor hem relevant is. Het behoeft geen betoog dat
het hierbij juist zeer de aanbeveling verdient om een grondige analyse
van de doelgroep en haar wensen en behoeften uit te voeren bij het
opzetten van een intranet.
Natuurlijk zijn er wel verschillen in de aanpak van het realiseren van
een nieuw inter- of intranet. Ten eerste zullen de doelgroepen zeker
niet onbekend zijn, wat het veel gemakkelijker maakt om met hen in
contact te treden om wensen en behoeften te inventariseren en ideeën te
(blijven) toetsen. Ten tweede zijn de resultaten veel gemakkelijker
meetbaar. En ten slotte fungeert intranet tegenwoordig steeds meer als
een portal, waar medewerkers alle relevante informatie voor hun
functioneren op één plek vinden. Hierdoor is het zelfregulerend vermogen
veel groter. Dat wil zeggen, dat het veel sneller aan het licht komt dat
dingen niet kloppen, over het hoofd zijn gezien of ontbreken.
© 2005 bugter.com |
In- en externe webcommunicatie Het intranet als valkuil
|